Eendagsvlieg en steenvlieg keren terug in Brabantse beken
Brabant, woensdag, 18 maart 2026.
Na decennia van afwezigheid leven weer eendagsvliegen en steenvliegen in vijf Brabantse beken. Dinsdag zetten waterschappen honderden van deze kwetsbare insecten uit die eerder waren gevangen op de Veluwe. De beestjes kunnen alleen overleven in schoon water en fungeren als levende meetinstrumenten voor waterkwaliteit. Laboratoriumtests toonden aan dat de Brabantse beken nu weer geschikt zijn. Over vijf jaar wordt bepaald of de herintroductie definitief geslaagd is en de natuur in Brabant echt herstelt.
Vijf beken krijgen hun insecten terug
Dinsdag zetten drie Brabantse waterschappen honderden nimfen uit in vijf verschillende beken [1][2][3]. Waterschap De Dommel plaatste de eendagsvlieg en steenvlieg in de Roovertsche Leij en alleen steenvliegen in de Groote Beerze [3]. Waterschap Aa en Maas bracht eendagsvliegen naar de Oeffeltse Raam en Astense Aa [3]. Waterschap Brabantse Delta zette steenvliegen uit in de Chaamse beken [3]. De nimfen waren maandag gevangen in beken op de Veluwe [2]. Ecoloog Michiel Cornelis van waterschap Brabantse Delta koos een speciale plek uit in de Roovert bij Hilvarenbeek, vlak bij de Belgische grens [1].
Waarom deze plek geschikt is
De Roovert biedt precies wat beide insectensoorten nodig hebben [1]. “De eendagsvlieg vindt het fijn om een beetje in rustiger water te verblijven en de steenvlieg houdt juist wel van stroming en hier op deze plek van de Roovert heb je dat allebei”, legt Cornelis uit [1]. Hij stapte met een waadpak en twee emmers vol insecten het beekje in [1]. De ecoloog liet de minuscule diertjes heel voorzichtig in het water glijden [1]. “Ik laat eerst wat water van de beek in de emmer stromen, zodat ze langzaam aan het water van de beek kunnen wennen”, vertelt hij [1].
Jarenlange afwezigheid door vervuiling
De eendagsvlieg en steenvlieg waren decennialang verdwenen uit Brabantse beken [1][2][3]. Het water was jarenlang niet schoon genoeg voor deze kwetsbare insecten [1]. Ook het rechttrekken van beken maakte het leven voor de beestjes onmogelijk [1]. Van de 57 soorten eendagsvliegen in Nederland zijn er naar schatting 22 verdwenen [2]. Bij steenvliegen is de situatie nog dramatischer: van de 28 soorten zijn er 17 verdwenen [2]. De achteruitgang van steenvliegen wordt beschouwd als ‘één van de meest dramatische binnen de Nederlandse fauna’ [2].
Laboratoriumtests bewijzen geschiktheid
Onderzoekers van de Brabantse waterschappen, Wageningen University en studenten van de HAS in Den Bosch hebben aangetoond dat de insecten kunnen overleven in Brabantse beken [1]. De twee soorten zijn ‘slechte’ vliegers en verplaatsen zich nauwelijks over grote afstanden [1][3]. Larven uit de Veluwe werden daarom getest in het laboratorium met water en sediment uit de geselecteerde Brabantse beken [1][3]. Het resultaat: ze groeien, leven en ontwikkelen zich even goed als in de beken op de Veluwe [1][3]. “De waterkwaliteit vormt dus geen hindernis”, concluderen de onderzoekers [3].
Levende meetinstrumenten voor schoon water
De insecten zijn klein, maar van onschatbare waarde voor het ecosysteem [1][3]. Ze breken plantenmateriaal dat in de beek terecht komt af door het te versnipperen [1][3]. “Het is een legertje onvermoeibare insecten dat helpt de beek schoon te houden en het ecologisch evenwicht te bewaren”, legt Cornelis uit [1]. Daarnaast werken ze als levende meetinstrumenten [1][3]. “Ze vertellen ons of het water in onze beken schoon en leefbaar is”, aldus de ecoloog [1]. De terugkeer van deze beestjes is volgens hem “een belangrijke mijlpaal voor het herstel van de Brabantse biodiversiteit en waterkwaliteit” [1].
Bestuurders zien groot verhaal in kleine insecten
“Deze kleine insecten vertellen een groot verhaal”, zegt bestuurder Karin van den Berg van waterschap Brabantse Delta [2][3]. “Onze beken zijn weer schoon en gezond genoeg om soorten terug te verwelkomen, die we al bijna hadden opgegeven. Dit geeft enorme motivatie om door te gaan met het verbeteren van onze waterkwaliteit” [2][3]. Ernest de Groot, bestuurder van waterschap Aa en Maas, benadrukt dat dit geen experiment op papier is [2][3]. “Hun overleving en vestiging de komende jaren kan het levende bewijs vormen dat decennialang werken aan waterkwaliteit en biodiversiteit loont”, aldus De Groot [2][3]. Bestuurder Mado Ruijs van Waterschap De Dommel noemt de insecten “meer dan insecten: ze staan voor een goede waterkwaliteit en biodiversiteit” [3].
Monitoring komende vijf jaar cruciaal
De komende jaren volgen de waterschappen de waterinsecten nauwlettend [1][2][3]. “De omstandigheden en het water in de beken lijken goed, dus de kans is groot dat ze het overleven”, verwacht Cornelis [1]. Over vijf jaar, in 2031, kunnen de waterschappen vaststellen of de herintroductie echt geslaagd is [1][2]. Dan wordt bepaald of de Brabantse beken definitief hersteld zijn [1]. De naam eendagsvlieg klopt overigens niet helemaal, legt de ecoloog uit [1]. “De larven leven een jaar in het water, maar de naam komt van het moment dat ze uitvliegen. Dan leven ze maar een of twee dagen” [1].