Groeit Eindhoven te snel? Toekomstige generaties betalen mogelijk de rekening

Groeit Eindhoven te snel? Toekomstige generaties betalen mogelijk de rekening

2026-06-08 economie

Eindhoven, maandag, 8 juni 2026.
Eindhoven bouwt torens van 150 meter hoog met 600 bewoners, maar niemand voelt zich buur. Gastschrijver Rob van Kalmthout waarschuwt maandag op ed.nl dat de snelle groei van Brainport Eindhoven grote risico’s met zich meebrengt. In één woontoren wonen straks meer mensen dan in een klein dorp, maar zonder de sociale samenhang die een buurt leefbaar maakt. Onderzoek uit Rotterdam toont aan dat zulke anonieme torens criminelen aantrekken. Bovendien zijn hoge torens duurder en minder duurzaam dan lagere alternatieven, zoals in Parijs en Barcelona. Twee derde van de nieuwe woningen moet betaalbaar zijn, waardoor ontwikkelaars grote aantallen woningen verkopen aan beleggers voor tijdelijke verhuur. Dit trekt flexbewoners aan en ondermijnt de sociale cohesie. De vraag die Eindhoven nu moet beantwoorden: wie betaalt straks de prijs voor deze keuzes?

Eén toren, 600 buren die elkaar niet kennen

Aan de skyline van Eindhoven komen twee nieuwe woontorens, waarvan één maar liefst 150 meter hoog is [2]. Die toren telt circa 50 etages en biedt ruimte aan 400 appartementen en 600 bewoners [2]. Ter vergelijking: dat zijn meer mensen dan er in veel kleine dorpen in de Brainportregio wonen [GPT]. Gastschrijver Rob van Kalmthout schrijft maandag op ed.nl dat zoveel mensen onder één dak wonen zonder dat zij elkaar kennen [2]. Vanaf een bouwhoogte van 25 meter — dat is ongeveer acht verdiepingen — verdwijnt het visuele contact met de straat volledig [2]. Op dat moment treedt anonimiteit op, aldus Van Kalmthout [2]. In een lagere flat van maximaal 40 meter hoog is de kans om een liftgenoot te kennen ruim drie keer groter dan in een hoge woontoren [2].

Rotterdam als waarschuwing: criminelen in anonieme torens

De zorgen over hoge woontorens zijn niet nieuw. Rond 2016 concludeerde de politie in Rotterdam dat criminelen zich graag vestigen in anonieme hoogbouwtorens [2]. Die anonimiteit maakt het makkelijk om onopgemerkt drugs en zwart geld op te bergen, zo bleek uit dat politieonderzoek [2]. Van Kalmthout wijst er op dat Eindhoven met zijn bouwplannen dezelfde kant op dreigt te gaan [2]. Hij stelt de vraag of de stad geen leefbaarheidsprobleem aan het creëren is [2]. Zijn woorden: “De vraag is dan ook gerechtvaardigd of we geen leefbaarheidsprobleem gaan creëren naar de komst met dit soort hoogbouw” [2]. Dit is geen hypothetisch risico, maar een patroon dat in andere Nederlandse steden al zichtbaar was [2].

Betaalbaar bouwen dwingt tot verkoop aan beleggers

De Eindhovense bouwplannen kennen een stevige sociale eis: twee derde van alle nieuwe woningen moet betaalbaar zijn [2]. Het voormalige Eindhovense college legde zelfs een minimumeis van 85 procent betaalbare woningen vast [2]. Tegelijkertijd moeten ontwikkelaars vooraf 70 procent van de woningen verkopen voordat zij mogen beginnen met bouwen [2]. Die combinatie van eisen dwingt ontwikkelaars in de praktijk om grote pakketten woningen te verkopen aan institutionele beleggers — grote investeringsfondsen — voor verhuur [2]. Die beleggers verhuren de woningen aan zogenoemde flexbewoners: mensen die tijdelijk in de stad wonen vanwege werk of een scheiding [2]. Binnenstedelijke hoogbouw trekt daardoor veel tijdelijke huurders aan, wat ten koste gaat van de sociale cohesie in de buurt [2]. Koopwoningen en sociale huurwoningen zorgen doorgaans voor meer betrokkenheid en stabiliteit in een wijk, aldus Van Kalmthout [2].

Hoogbouw: duurder, minder duurzaam en schaduwrijk

Hoge woontorens hebben nog meer nadelen dan alleen sociale risico’s. Torens zijn duurder om te bouwen dan lagere alternatieven en tegelijkertijd minder duurzaam [2]. Bovendien werpen zij lange schaduwen over de omliggende straten en pleinen [2]. Lagere gebouwen tot circa 40 meter zijn sneller en goedkoper te realiseren [2]. Voorbeelden uit andere grote Europese steden laten zien dat dit wel degelijk mogelijk is op grote schaal [2]. In Parijs worden binnen de ringweg — de Périphérique — nauwelijks hoge torens gebouwd [2]. Barcelona past het zogenoemde Cerdà-blok toe, een compacte stedelijke bouwvorm, en Amsterdam koos op het Java-eiland en in Holland Park eveneens voor lagere bebouwing [2]. Al deze steden slagen er toch in om veel mensen te huisvesten zonder de leefbaarheid op te offeren [2].

Oplossingen: meer koop, minder anonimiteit

Van Kalmthout doet in zijn opiniebijdrage ook concrete aanbevelingen [2]. Om toekomstige leefbaarheidsproblemen in groeisteden zoals Eindhoven te voorkomen, is een betere verhouding tussen koop en huur noodzakelijk [2]. Nieuwe gebouwen moeten volgens hem worden voorzien van een leefbaarheidsplan én van fysieke ontmoetingsruimten voor bewoners [2]. Dat zijn ruimtes waar bewoners elkaar kunnen tegenkomen, zoals een gedeelde tuin, een buurtruimte of een gemeenschappelijke binnentuin [GPT]. De oproep richt zich direct aan de gemeente Eindhoven en de projectontwikkelaars die actief zijn in de Brainportregio [2]. De schaalsprong — de sprong naar een veel grotere stad — biedt kansen voor de regio, maar de sociale gevolgen verdienen evenveel aandacht als de economische groei [1][2]. De discussie speelt niet alleen in Eindhoven zelf, maar ook in omliggende gemeenten zoals Best, Veldhoven en Nuenen, waar de ruimtelijke druk steeds sterker wordt gevoeld [1].

Brainport groeit: maar voor wie?

De Brainportregio is een van de economisch sterkste gebieden van Nederland, bekend om zijn hightech industrie, designsector en machinebouw [GPT]. Die economische kracht trekt nieuwe bedrijven en werknemers aan, wat de vraag naar woningen sterk opdrijft [GPT]. Tienduizenden nieuwe woningen, grootschalige infrastructuurprojecten en miljarden aan investeringen moeten de regio klaarmaken voor een forse bevolkingsgroei [1]. Critici stellen in het Eindhovens Dagblad dat deze ‘schaalsprong’ ook risico’s met zich meebrengt die mogelijk op het bordje van toekomstige generaties belanden [1]. Denk daarbij aan schulden voor infrastructuur, druk op de natuur en het verlies van de eigen regionale identiteit [1]. De vraag of Eindhoven zijn eigen karakter behoudt terwijl het zo snel groeit, is een van de centrale thema’s in het lopende debat [1]. Ook de vraag of nieuwe bewoners zich thuis zullen voelen in een stad vol anonieme torens, blijft onbeantwoord [2].

Bronnen


Brainport schaalsprong