Ex-ASML-baas Wennink: Nederland moet 150 miljard investeren
Eindhoven, zaterdag, 13 december 2025.
Voormalig ASML-topman Peter Wennink presenteerde vrijdag zijn rapport over de Nederlandse economie met een duidelijke waarschuwing. Nederland heeft de komende tien jaar minimaal 150 miljard euro nodig om welvarend te blijven. Zonder structurele groei van 1,5 tot 2 procent dreigt het land afhankelijk te worden van anderen. Wennink pleit voor investeringen in vier strategische sectoren: kunstmatige intelligentie, biotechnologie, defensie en klimaattechnologie. Het rapport bevat 51 concrete projecten ter waarde van 126 miljard euro. De timing is cruciaal omdat het kabinet nog wordt geformeerd.
Brainport als voorbeeld voor heel Nederland
Wennink wijst naar de Brainportregio als bewijs dat Nederland de kennis en technologie heeft om succesvol te zijn [1][2]. In deze regio werken overheid, kennisinstellingen en bedrijven al jaren samen aan hightech maakindustrie [1][2]. Het ecosysteem boudt publiek-privaat aan semicon, fotonica en medische technologie [2]. Brainport Eindhoven bestaat uit 21 gemeenten met ruim 800.000 inwoners [3]. Bedrijven zoals ASML, Philips, DAF Trucks en VDL Groep zijn hier gevestigd [3]. ASML alleen al investeerde 3 miljard euro in onderzoek en ontwikkeling in Nederland en staat op nummer 1 in de R&D Top 50 [3]. Het bedrijfsleven in Brainport is koploper met ruim 4,8 miljard euro aan private R&D-investeringen [3].
Concrete projecten voor 126 miljard euro
Het rapport bevat 51 specifieke investeringsvoorstellen met een totale waarde van 126 miljard euro [2][4]. De grootste plannen zijn een AI-gigafabriek voor 22 miljard euro en 17,3 miljard euro voor rode biotechnologie [4]. Daarnaast stelt Wennink 5,5 miljard euro voor chemische capaciteit voor defensie voor [4]. Met gerichte publieke investeringen van 10 tot 20 miljard euro kunnen vele tientallen miljarden aan private investeringen worden losgemaakt [2][3]. Wennink schat dat er tussen de 19 en 62 miljard euro aan publieke middelen nodig is [4]. De overige investeringen moeten van private partijen komen [4].
Nationale investeringsbank als motor
Een belangrijke aanbeveling is de oprichting van een Nationale Investeringsbank [5]. De overheid zou 10 tot 20 miljard euro beschikbaar moeten stellen, zodat de bank 100 miljard aan leningen kan verstrekken [5]. Wennink stelt voor om niet-strategische staatsbelangen te verkopen om aan de benodigde miljarden te komen [5]. Hij noemt ABN Amro, De Volksbank en Holland Casino als voorbeelden [5]. Het rapport pleit ook voor een regeringscommissaris voor Toekomstige Welvaart [4]. Wennink vindt dat het op peil houden van de concurrentiekracht een taak van de minister-president zelf moet zijn [5].
Urgentie tijdens kabinetsformatie
Het rapport komt op een cruciaal moment tijdens de lopende formatie [1][2]. Wennink benadrukt dat 1,5 tot 2 procent groei ‘Chefsache’ is en dat de politiek dit direct ter hand moet nemen [2][3]. De Nederlandse economie groeit volgens voorspellingen de komende jaren met slechts 0,5 tot 1 procent, wat onvoldoende is [5]. Wennink waarschuwt dat Nederland zonder actie langzaam maar zeker speelbal van anderen wordt [2]. Hij stelt dat een politieke meerderheid nodig is om de toekomstige economische groei veilig te stellen [6]. Het rapport verschijnt drie maanden nadat minister Vincent Karremans van Economische Zaken Wennink om advies vroeg [4].
Lokale impact op Eindhovense sectoren
Voor de regio Eindhoven betekent het rapport extra aandacht voor de al sterke sectoren [7]. Het advies richt zich op digitalisering en AI, life sciences en biotechnologie, veiligheid en weerbaarheid, plus energie- en klimaattechnologie [4][7]. Deze sectoren zijn prominent aanwezig in de Brainportregio [2][3]. Wennink noemt uitzendbureaus, slachterijen en schoonmaakbedrijven als voorbeelden van laagproductieve sectoren die mogelijk ten koste gaan van de hoogproductieve sectoren [7]. Het rapport pleit voor snellere vergunningverlening en meer technisch talent [2]. Ook energie-beschikbaarheid en investeringen in digitale infrastructuur zijn randvoorwaarden voor succes [2].
Reacties uit het bedrijfsleven
Werkgeversverenigingen VNO-NCW en MKB-Nederland reageren enthousiast op het rapport [5]. Ook de haven van Rotterdam toont zich positief [5]. Vakbonden CNV en De Unie zijn daarentegen ontevreden over de voorstellen [5]. Wennink waarschuwt dat de plannen pijn zullen doen en zullen schuren [4]. Hij stelt dat er een mate van eensgezindheid nodig is die Nederland de afgelopen tien jaar niet heeft gezien [4]. Het rapport benadrukt dat Nederland te afhankelijk is van Chinese en Amerikaanse technologie [7]. Wennink gebruikt de metafoor: ‘Wie technologisch niet meetelt, zit niet aan tafel – en wie niet aan tafel zit, staat op het menu’ [5].