Nieuwe COA-opvanglocatie in Nuenen biedt ruimte aan 200 asielzoekers
Nuenen, maandag, 28 juli 2025.
In Nuenen opent het COA een nieuwe opvanglocatie aan de Pastoorsmast, met ruimte voor maximaal 200 asielzoekers. Dit initiatief helpt de humanitaire crisis verlichten en Nuenen voldoet hiermee aan de regionale opvangverplichtingen. De opening komt op een moment dat het COA in Zuidoost Brabant 2.900 extra opvangplekken nodig heeft. Momenteel vangt Nuenen ook 100 Oekraïense vluchtelingen op en heeft nog een taakstelling voor 66 statushouders. De locatie Pastoorsmast is bedoeld voor tijdelijke opvang, maar kan mogelijk langer dan 10 jaar in gebruik blijven. Gemeente Nuenen weigerde onlangs medewerking aan een ander asielzoekerscentrum. Vluchtelingen in deze centra proberen een nieuw leven op te bouwen, vaak na het ontvluchten van oorlog en geweld.
Regionale Opvangbehoefte
De nieuwe opvanglocatie komt op een cruciaal moment voor Zuidoost-Brabant, waar het COA 2.900 extra opvangplekken nodig heeft [1]. Nuenen draagt al bij aan de vluchtelingenopvang met ongeveer 100 Oekraïense vluchtelingen aan de Vrouwkensakker en heeft een taakstelling voor de huisvesting van 66 statushouders dit jaar [1]. Met de nieuwe locatie aan de Pastoorsmast, die plaats biedt aan maximaal 200 asielzoekers, voldoet Nuenen aan haar regionale taakstelling [1].
Voorbereidingen en Tijdsduur
Er is nog veel voorbereidingswerk nodig voordat de eerste asielzoekers kunnen worden opgevangen. De gemeente moet vergunningen aanvragen en er volgt een bouwperiode [1]. Hoewel de wethouder heeft aangegeven dat de locatie maximaal 10 jaar zal bestaan [1], blijkt uit eerdere ervaringen dat een AZC vaak langer in gebruik blijft [1]. Voor omwonenden is het relevant dat onderzoek uit 2019 aantoont dat kleinere centra met minder dan 500 bewoners geen opvallende impact hebben op de lokale huizenprijzen [1].
Dagelijks Leven in het AZC
De asielzoekers die in het nieuwe centrum komen wonen, zijn mensen die hun land hebben moeten verlaten vanwege oorlog, geweld, vervolging of onderdrukking, bijvoorbeeld uit landen als Syrië, Jemen, Eritrea en Somalië [1]. In het centrum leiden zij een zo normaal mogelijk leven: ze doen hun eigen huishouden, kinderen gaan naar school en ze hebben regelmatig gesprekken met organisaties als de IND en COA [1]. Bewoners hebben een wekelijkse meldplicht [1].