NVWA breidt terugroepactie uit: ook snacks en soepen van Esro Food weg uit schappen
Nuenen, woensdag, 10 juni 2026.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft dinsdag 9 juni de terugroepactie voor vleesverwerker Esro Food Group uit Nuenen flink uitgebreid. Naast rauwe vleesproducten moeten nu ook verhitte producten zoals hamburgers, snacks en soepen uit de handel worden gehaald. Nieuw onderzoek van de opsporingsdienst wijst uit dat het gebruik van ongeschikte grondstoffen, zoals runderkoppen met voerresten, structureel plaatsvond binnen het bedrijf. Esro vervalste op grote schaal documenten, waardoor niet meer te achterhalen is welke producten precies zijn aangetast. De NVWA stelt dat de verhitte producten veilig zijn om te eten, maar niet voldoen aan de wettelijke eisen. Al in april deed de NVWA samen met de FIOD een inval bij het bedrijf, waarbij twee directeuren en een manager werden aangehouden. Begin mei 2026 ging het bedrijf failliet.
Documenten vervalst, grondstoffen ongeschikt
Nieuw onderzoek van de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de NVWA laat zien dat Esro Food Group op grote schaal officiële documenten vervalste [1][2]. Door die vervalsingen is niet meer te achterhalen welke partijen vlees ongeschikt waren [2]. De NVWA meldt dat het gebruik van ongeschikte grondstoffen ‘omvangrijker en structureler is dan eerder bekend’ [1]. Zo kwamen er voerresten van runderkoppen terecht in producten die bedoeld waren voor mensen [2]. Machines werden niet goed schoongemaakt en hygiëneregels werden stelselmatig genegeerd [2]. Interne controle binnen het bedrijf schoot ernstig tekort [2]. Omdat de vervalsingen zo breed waren, geldt de terugroepactie nu voor alle betrokken gehaktvleesproducten én afgeleide levensmiddelen [2].
Welke producten moeten weg uit de schappen
De NVWA verplicht Esro Food Group per direct om alle gehaktvleesproducten uit de handel te halen [1][2]. Die producten zijn mogelijk kwalitatief ongeschikt voor consumptie [2]. Daarnaast moeten ook verhitte producten terug, zoals hamburgers, snacks en soepen [1][2]. Die verhitte producten zijn volgens de NVWA veilig om te eten, maar voldoen niet aan de wettelijke kwaliteitseisen [1][2]. Een woordvoerder van de NVWA legt uit: ‘De producten zijn veilig om te eten, maar ze voldoen niet aan de wettelijke eisen’ [1]. De kans op ziekte wordt door de NVWA als verwaarloosbaar ingeschat en er zijn geen meldingen van zieke consumenten bekend [2]. De terugroepactie geldt uit voorzorg zo breed, juist omdat de precieze omvang van de fraude niet meer te bepalen is [2].
Van inval in april tot faillissement in mei
Op woensdag 16 april 2026 deed de NVWA samen met de FIOD een grote inval bij Esro Food Group in Nuenen [1]. Aanleiding was het vermoeden dat het bedrijf bedorven en voor menselijke consumptie ongeschikt vlees verwerkte [1]. Bij die inval werden twee directeuren en een manager opgepakt [1]. De erkenning van het bedrijf werd direct na de inval ingetrokken en al het verse vlees werd vernietigd [1]. In diezelfde maand april startte de NVWA een eerste terugroepactie, toen gericht op rauwe producten vanwege slecht gereinigde machines [1]. Begin mei 2026 verklaarde de rechtbank Esro Food Group failliet [1]. Esro leverde zijn vlees niet alleen aan voedingsmiddelenfabrikanten, maar ook aan producenten van diervoeding en farmaceutische producten [1].
Grote impact op Nuenen en de regio Eindhoven
Esro Food Group was een grote werkgever in Nuenen, een gemeente die grenst aan Eindhoven [1]. Het faillissement raakte tientallen medewerkers uit de regio direct in hun inkomen [1]. De regio Eindhoven staat bekend als een centrum voor high tech, design en machinebouw, maar de voedselverwerking speelt ook een rol in de lokale economie [GPT]. Het wegvallen van een grote vleesverwerker laat een gat in de lokale werkgelegenheid achter [1]. De problemen bij Esro laten zien dat ook in de agrarische verwerkingssector in Brabant de controle op kwaliteit en voedselveiligheid essentieel is [2]. De NVWA benadrukt dat er geen aanwijzingen zijn voor gezondheidsrisico’s voor consumenten [2]. Consumenten die producten van Esro Food in huis hebben, worden aangeraden de NVWA-website te raadplegen voor een volledig overzicht van betrokken producten [1][2].
Bredere context: voedselprijzen en inflatie in Nederland
De Esro-affaire speelt op een moment dat de Nederlandse voedselinflatie juist sterk daalt [3]. Uit ramingen van het CBS en Eurostat van juni 2026 blijkt dat de voedselinflatie in Nederland in mei 2026 daalde van 1,5 procent naar 0,4 procent [3]. De totale inflatie in Nederland steeg in diezelfde maand juist naar 3,5 procent [3]. Energie werd in mei 2026 maar liefst 9,9 procent duurder dan een jaar eerder [3]. Analist Sebastiaan Schreijen van Rabobank stelt: ‘De hoge benzineprijzen drukken het consumentenvertrouwen en temperen de neiging om uit te geven’ [3]. Supermarkten zetten stevig in op aanbiedingen en kortingen om klanten vast te houden, aldus Schreijen [3]. Voedselproducenten en retailers voeren naar verwachting eind 2026 nieuwe prijsbesprekingen, waarbij sectoreconoom Igor Dzambo aangeeft dat dit het moment zal zijn waarop echte prijsstijgingen doorvloeien naar de consument [3].
Agrarische sector in Brabant zoekt verduurzaming
Terwijl Esro het nieuws domineert, speelt er in de bredere agrarische sector in Nederland een andere discussie: die over duurzame machines [4]. LTO Nederland heeft landbouwminister Jaimie van Essen gevraagd om de Subsidieregeling emissieloos landbouwmaterieel (SEL) uit te breiden [4]. De regeling, bedoeld voor elektrische tractoren en andere voertuigen, was binnen enkele dagen overtekend: het aantal aanvragen lag zes keer hoger dan het beschikbare budget [4]. LTO vraagt de minister om eerder gereserveerde budgetten naar voren te halen zodat meer boeren kunnen investeren [4]. De organisatie pleit ook voor aandacht voor waterstoftoepassingen bij zware landbouwkundige taken [4]. Minister Van Essen noemde de grote vraag naar de subsidie ‘een mooi signaal’ en zegde toe te kijken naar extra budget [4]. Voor Brabantse agrariërs, die opereren in een regio met sterke maakindustrie en landbouw, zijn dit soort regelingen direct relevant voor hun bedrijfsvoering [GPT].